2.10 Meewerkend voorman

context

De meewerkend voorman voert diverse soorten industriële reinigingswerkzaamheden, op locatie bij de opdrachtgever uit, uit waarbij machines worden toegepast zoals hogedrukwagens, drukvacuüm­wagens, vacupress-wagens en multi-liftwagens.

De meewerkend voorman beheerst de bediening van de in het bedrijf voorkomende typen wagens en installaties. Hij bepaalt binnen de verstrekte opdracht zelf de werkuitvoering en geeft aanwijzingen aan de toegevoegde medewerkers, die met handmatige werkzaamheden zijn belast. De verantwoordelijke projectleider of uitvoerder is niet altijd fysiek aanwezig op de werkplek.

organisatie

Ressorteert onder  : projectleider/uitvoerder.

Geeft leiding aan    : toegewezen medewerkers (vaktechnisch) (3 – 5).

resultaatgebieden

Verantwoordelijkheidsgebied Resultaat-indicatoren
A.    Voorbereiden van (het veilig uitvoeren van) reinigingswerkzaamheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

B.    Uitvoeren van reinigingswerkzaamheden.

 

 

C.    Afvoeren van opgeslagen stoffen.

 

 

 

D.   Afronden van werkzaamheden.

 

 

 

 

E.    Verantwoord functioneren.

–   mate waarin procedures en richtlijnen worden nageleefd;

–   duidelijkheid afstemming met toegewezen medewerkers;

–   aantal stagnaties in de uitvoering als gevolg van onjuiste voorbereiding;

–   juiste afhandeling checklist;

–   afstemming met de klant;

–   volledigheid en duidelijkheid uitleg aan operator en/of machinist.

–   kwaliteit en snelheid van uitvoering;

–   klanttevredenheid;

–   kwaliteit afhandeling verzoeken klant.

–   volgens wet- en regelgeving;

–   juiste (vervoers)documenten en vergunningen.

–   wijze waarop de werkplek wordt achter­gelaten;

–   technische staat wagen;

–   juiste en volledige registratie.

–   mate waarin procedures, veiligheidseisen en richtlijnen worden nageleefd;

–   mate waarin apparatuur en

werkomgeving ordelijk en veilig worden

achtergelaten.

kerntaken

A.Voorbereiden van (het veilig uitvoeren van) reinigingswerkzaamheden:

–   geven van uitleg en/of aanwijzingen over de werkzaamheden aan toegewezen medewerkers;

–   controleren van de te reinigen locatie op veiligheid;

–   binnen de kaders van de opdracht bepalen van te gebruiken materieel en materialen en zorg dragen voor de beschikbaarheid hiervan;

–   gereed maken van de installatie ter plaatse, aansluiten en aankoppelen van de hulpmiddelen;

–   afstemmen van de werkzaamheden met de klant;

–   instellen/inregelen van de installatie zodanig dat de opdracht uitgevoerd kan worden.

B. Uitvoeren van reinigingswerkzaamheden:

–   uitvoeren van de industriële reinigingswerkzaamheden met de benodigde installatie en toebehoren;

–   overleggen met de projectleider/uitvoerder wanneer nodig, aannemen en eventueel doorspelen van (aanvullende) verzoeken van de klant, overleggen met de klant over eenvoudige verzoeken en aandachtspunten in de uitvoering van de werkzaamheden;

–   geven van instructies aan de toegewezen medewerkers en toezicht houden op de werkzaamheden en eventuele omstanders in verband met veiligheid.

 C. Afvoeren van opgeslagen stoffen:

–   controleren van de (vervoers)documenten en vergunningen, waar nodig gegevens aanvullen;

–   afvoeren van eventuele opgeslagen vloeistoffen naar de toegewezen losplaats op locatie of extern(e) afvalverwerkingsbedrijf/opslagplaats;

–   zorg dragen voor het veilig lossen, volgens de geldende voorschriften, van (vloei)stoffen. D. Afronden van werkzaamheden:

–   controleren van de uitgevoerde werkzaamheden, (laten) opruimen van de werkplek en invullen van benodigde documenten/logboek;

–   uitvoeren van het dagelijkse onderhoud aan de wagen en installatie, verhelpen van kleine mankementen en melden van storingen en noodzakelijk technisch onderhoud;

–   indien van toepassing afronden van de opdracht met de klant.

E. Verantwoord functioneren:

–   nalopen van de checklist, controleren van de (veiligheidsvoorzieningen op de) wagen;

–   controleren van de eigen persoonlijke beschermingsmiddelen, aanspreken van operators en machinisten bij onzorgvuldig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;

–   opvolgen van de bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften en werkinstructies.

werkgerelateerde bezwaren

 –   uitoefenen van kracht bij het bedrijfsgereed maken van de installatie;

–   staand werken;

–   hinder van vuil bij reinigingswerkzaamheden, onderhoud en schoonmaken van installaties;

–   hinder van lawaai van werkende installatie en van werken in open lucht onder alle weers­omstandigheden (voor zover niet door persoonlijke beschermingsmiddelen afgeschermd);

–   kans op letsel door stoten, uitglijden e.d. op werkplekken en door verkeersongevallen.

functioneringsvereisten

–   VCA VOL.

–   Kennis van materialen.

–   Certificaat begeleiding.

–   Certificaat veilig verplaatsen van lasten.

–   SIR B.

–   Hogedruk- en drukvacuüm-machinist.

–   Certificaat HDS “hogedrukspuiter’.

–   ADR/VLG.

–   Chauffeursdiploma (CCVB).

–   Rijbewijs C.

competenties

Begeleiden:

–   zorgt voor veiligheid-, Arbo- en milieu-instructies en voert het bedrijfsbeleid uit;

–   geeft heldere inhoudelijke instructies/aanwijzingen aan collega’s;

–   verdeelt het werk goed over de mensen.

Samenwerken en overleggen:

–   neemt initiatief om samenwerking met en tussen medewerkers te stimuleren en te optimaliseren;

–   bevordert adequaat overleg en afstemming tussen alle betrokkenen;

–   bewaakt de sfeer.

Ethisch en integer handelen:

–   reageert alert op conflicten ten aanzien van sociale normen en waarden;

–   zorgt dat overtredingen met betrekking tot omgeving en milieu voorkomen worden;

–   spreekt collega’s aan op gedrag en het zich houden aan veiligheidsnormen en -procedures.

Materialen en middelen inzetten:

–   overziet aard en omvang van standaard werk en bepaalt op basis daarvan welke de meest geschikte materialen en middelen daarvoor zijn;

–   geeft juiste instructies, draagt zorg voor juist gebruik, onderhoud en opslag van materialen en middelen.

Kwaliteit leveren:

–   werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

–   controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.

Omgaan met verandering en aanpassen:

–   benut nieuwe ideeën voor het werk en het bedrijf;

–   redt zichzelf daardoor in nieuwe situaties;

–   past zich zakelijk gezien snel aan aan nieuwe mensen.

Instructies en procedures opvolgen:

–   neemt maatregelen om te zorgen dat de medewerkers volgens geldende instructies en

procedures werken, waarbij gelet wordt op naleving van veiligheidsvoorschriften en

andere regels.