Artikel 17

Scholing

  • 1.Indien op initiatief van de werkgever of met schriftelijke toestemming van de werkgever een bedrijf- of bedrijfstak-vakopleiding wordt gevolgd, geldt de volgende regeling:
    • a.De cursus- en examenkosten komen voor rekening van de werkgever. Indien de arbeidsovereenkomst binnen twee jaar na de opleiding wordt beëindigd, heeft gedeeltelijke verrekening plaats overeenkomstig de in het bedrijf geldende regeling. Verrekening heeft niet plaats, indien de arbeidsovereenkomst buiten de schuld van de werknemer wordt beëindigd;
      b.De cursus wordt voor zover mogelijk in de reguliere arbeidstijd gevolgd;
      c.Bij cursussen die voor de eerste maal worden gevolgd, kunnen voor de helft van het aantal opleidingsdagen atv-dagen worden aangewezen tot een maximum van 5 atv-dagen per jaar;
      d.De cursusuren worden beschouwd als arbeidstijd, waarbij geen overwerk- en onregelmatigheidstoeslag van toepassing is;
      e.De werknemer kan niet worden verplicht op meer dan vijf zaterdagen per jaar een cursus te volgen;
      f.Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.
      g.Lid 1 is van toepassing op cursussen/opleidingen die de nieuwe werknemer volgt en op cursussen/opleidingen die de werknemer voor de eerste maal volgt. Lid 1 is eveneens van toepassing op activiteiten in het kader van duurzame inzetbaarheid die de werknemer volgt. Lid 1 is niet van toepassing op verplichte- en herhaalcursussen.
  • 2.Er is een Stichting Kenniscentrum Cosi. Deze stichting heeft tot doel het bevorderen van de arbeidsomstandigheden en de instroom. Hiertoe wordt ondermeer een opleidings- en scholingsinfrastructuur ingericht. De opleiding en scholing bij de bedrijven wordt ingericht overeenkomstig deze infrastructuur. De statuten en reglementen van deze stichting maken onderdeel uit van deze overeenkomst. Dit lid vervalt per 1 januari 2019; de taken worden overgenomen door de Vaste Kommissie Orsima.
  • 3.Ten behoeve van de verplichte bijscholing in het kader van Code 95 stelt Kenniscentrum Cosi (m.i.v. 1 januari 2019 de Vaste Kommissie Orsima) een lijst op van opleidingen die in dit kader worden aanbevolen. Het volgen van deze opleidingen valt onder artikel 17. Totdat de lijst van opleidingen is vastgesteld, blijft het huidige beleid gehandhaafd.
  • 4.Vooruitlopend op het in het voorgaande lid genoemde op te stellen opleidingsprogramma worden aan de werknemer 2 scholingsdagen toegekend. Deze scholingsdagen zijn bestemd voor opleidingen in het kader van het in voorgaande lid bedoelde opleidingsprogramma. Zolang dit programma ontbreekt kan de werknemer voor scholing direct verbonden aan zijn functie toch gebruik maken van deze scholingsdagen en daartoe een verzoek bij de werkgever indienen. De werknemer ontvangt over deze scholingsdagen het basisdagloon. Tevens wordt gewerkt aan het inrichten van stageplaatsen.
  • 5.Indien en voor zolang voor de in artikel 1 lid 7 sub b. bedoelde werknemers er via deze cao en of haar fondsen geen opleidingen worden ingericht, is dit artikel voor deze werknemers uitgezonderd.