Artikel 36

Pensioenen

  • 1.De pensioenregeling bestaat uit een basisregeling, een overgangsregeling en een excedentregeling.
  • 2.Er geldt een verplichte deelneming in de hierna te noemen basisregeling en overgangsregeling bij de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg, hierna te noemen PF Vervoer.
  • 3.De in lid 2 bedoelde basis – en overgangsregeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de statuten en reglementen van het in lid 2 genoemde bedrijfstakpensioenfonds.
  • 4.Partijen betrokken bij deze overeenkomst zullen de leden 1 tot en met 8 van dit artikel bij een nieuw overeen te komen cao tenminste tot en met 2021 handhaven, met dien verstande dat PF Vervoer bevoegd is in voorkomende gevallen de premie, pensioenopbouw en de franchise aan te passen. Indien PF Vervoer dit laatste voornemens is zal PF Vervoer partijen betrokken bij deze overeenkomst tijdig informeren.
  • 5.Kenmerken van de basisregeling
    • a.soort regeling: middelloonregeling;
    • b.opbouwpercentage: 1,77%;
    • c.pensioenleeftijd: 67 jaar;
    • d.nabestaandenpensioen: opbouwbasis;
    • e.pensioengrondslag: het vaste bruto loon vermeerderd met vakantietoeslag, de uitkering op basis van resultaten (artikel 22 van de cao), de toeslag als bedoeld in artikel 27 van de cao en de schriftelijk overeengekomen 13e maand, vaste gratificatie, tantième of vergelijkbare toeslagen indien en voorzover deze niet afhankelijk zijn van het bedrijfsresultaat minus de franchise.
    • f.maximum loon: € 52.763 (niveau 2016);
    • g.premie: met ingang van 1 januari 2015 bedraagt de pensioenpremie 23% van de pensioengrondslag. Ten behoeve van deze pensioenpremie wordt 10,85% van de pensioengrondslag ingehouden op het loon van de werknemer;
    • h.franchise: € 11.675 (niveau 2016). Het bestuur van PF Vervoer stelt jaarlijks de franchise vast;
    • i.toeslagambitie: maximaal de gewogen gemiddelde loonontwikkeling in de sectoren Goederenvervoer, Besloten Busvervoer en Taxivervoer gedurende de periode van 1 juli tot 1 juli voorafgaand aan het kalenderjaar waarin mogelijk een verhoging wordt toegekend; het bestuur van Bpf Vervoer beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast;
    • j.toetredingsleeftijd: 21 jaar.
  • 6.Kenmerken van de excedentregeling
    • a.soort regeling: middelloonregeling;
    • b.opbouwpercentage: 1,77%;
    • c.pensioenleeftijd: 67 jaar;
    • d.nabestaandenpensioen: opbouwbasis;
    • e.opbouw over: het loon boven het maximumloon van de basisregeling tot maximaal € 100.000 (niveau 2015);
    • f.pensioengrondslag: het vaste bruto loon vermeerderd met vakantietoeslag, de uitkering op basis van resultaten (artikel 22 van de cao), de toeslag als bedoeld in artikel 27 van de cao en de schriftelijk overeengekomen 13e maand, vaste gratificatie, tantième of vergelijkbare toeslagen indien en voorzover deze niet afhankelijk zijn van het bedrijfsresultaat minus de franchise.
    • g.toeslagambitie: maximaal de gewogen gemiddelde loonontwikkeling in de sectoren Goederenvervoer, Besloten Busvervoer en Taxivervoer gedurende de periode van 1 juli tot 1 juli voorafgaand aan het kalenderjaar waarin mogelijk een verhoging wordt toegekend; het bestuur van Bpf Vervoer beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenrechten en pensioenaanspraken worden aangepast;
    • h.toetredingsleeftijd: 21 jaar.
    • i.premie: de werknemerspremie bedraagt 10,85% van de pensioengrondslag, de rest van de premie is een werkgeverspremie;
    • j.werkgevers kunnen een separate overeenkomst sluiten met PF Vervoer. De werkgever die geen overeenkomst met PF Vervoer wenst te sluiten, dient aan de betreffende werknemers een minimaal gelijke regeling bij een andere aanbieder aan de betreffende werknemers aan te bieden.
  • 7.Overgangsregeling
    • a.De overgangsregeling “voorwaardelijk extra pensioen” zoals deze geldt op 31 december 2014 blijft van toepassing. De werkgevers zijn verplicht tenminste tot en met 31 december 2020 premie bij te dragen aan deze regeling. De premie voor de overgangsregeling komt geheel voor rekening van de werkgever.
    • b.Jaarlijks per 1 januari stelt het bestuur van PF Vervoer de premie vast voor de overgangsregeling. Deze bedraagt per 1 januari 2015 3,9% van de pensioengrondslag en komt bovenop de in lid drie bedoelde premie. Het bestuur van PF Vervoer kan jaarlijks een andere premie voor de overgangsregeling vaststellen.
    • c.Er zullen nimmer meer aanspraken uit de overgangsregeling worden toegekend dan op basis van de door Bedrijfspensioenfonds Orsima op 1 januari 2015 beschikbaar gestelde bestemmingsreserve en de daarna in onderdeel b. bedoelde betaalde premies kostendekkend kan worden ingekocht.
  • 8.De opgebouwde pensioenaanspraken per 31 december 2014 worden door middel van een collectieve waardeoverdracht overeenkomstig artikel 84 Pensioenwet overgedragen aan PF Vervoer. De voorwaarden en de tarieven waaronder deze overdracht geschiedt worden vastgelegd. De overdrachtswaarde is inclusief een vergoeding voor de inkoop van het eigen vermogen van PF Vervoer (dekkingsgraadopslag). De definitieve overdrachtswaarde wordt vastgesteld aan de hand van de dekkingsgraad van PF Vervoer per 31 december 2014. Mocht het vermogen van PF Orsima niet voldoende blijken ter voldoening van de vereiste overdrachtswaarde, dan zal de reglementaire premie als bedoeld onder lid 3 van dit artikel per 1 januari 2015 verhoogd worden met 0,6% van de pensioengrondslag voor zolang als dat nodig is.