Artikel 11

Lonen

  • 1.De werknemer ontvangt als basisloon het uurloon behorend bij de loongroep en het ervaringsjaar van de functie waarin hij overeenkomstig artikel 11 is aangesteld. Deze basislonen zijn uitgewerkt in bijlage III (loontabel).
  • 2.Het uurloon van de werknemer die wordt aangesteld in de groepen 2 tot en met 7 en met wie voor de eerste maal een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan, bedraagt gedurende het eerste jaar 85% van het loon genoemd in de loontabel, alsmede voor de uitzendkracht gedurende de eerste twaalf maanden van de uitzendovereenkomst.[1] De werkgever dient zich ervan te vergewissen dat de uitzendonderneming zich aan deze bepaling houdt.
  • 3.De lonen worden gedurende de cao periode als volgt aangepast:
    • a.per 1 maart 2018: een structurele verhoging van 1,25%;
    • b.per 1 november 2018: een structurele verhoging van 0,75%;
    • c.december 2018: eenmalige uitkering van € 350 bruto (uit te betalen met de decemberbetaling 2018), met dien verstande dat de werknemer die op 1 december 2018 korter dan een jaar in dienst is, de eenmalige uitkering pro rata ontvangt;
    • d.per 1 maart 2019: een structurele verhoging overeenkomstig artikel 11 lid 4 met een maximum van 2%;
    • e.indien de APC per 1 maart 2019 lager is dan 2% worden de lonen per 1 september 2019 structureel verhoogd met 2% minus de verhoging per 1 maart 2019;
    • f.indien de APC per 1 maart 2019 hoger is dan 2% voeren cao partijen tijdens de looptijd van de cao overleg over hoe moet worden omgegaan met het verschil;
    • g.in 2020 wordt de APC overeenkomstig artikel 11 lid 4 uitbetaald.
  • 4.Per 1 maart volgend op de cao-periode worden de lonen verhoogd met eenzelfde percentage als de procentuele stijging van de consumentenprijsindex (CPI) alle huishoudens afgeleid zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek; als percentage geldt de procentuele stijging van de CPI van de maand december van 2 opeenvolgende jaren. Indien zich bijzondere omstandigheden voordoen (bijvoorbeeld stagflatie) zullen cao-partijen de toepassing van dit lid en de gevolgen daarvan met elkaar bespreken alvorens tot toepassing over te gaan.
  • 5.Werkonafhankelijke toeslagen die de werknemer structureel ontvangt, worden – voor de betrokken werknemer – als vast bestanddeel opgenomen in de lonen.
  • 6.Indien een bedrijf reeds een vervangend integraal functiebeoordeling- en beloningssysteem, op basis van met partijen aan werknemerszijde danwel met haar OR, was overeengekomen, die ook facetten geregeld in leden 3 en 4 insluit, zal in de hier bedoelde gevallen de totale loonbepaling van artikel 11 en de daarbij behorende bijlagen worden uitgezonderd.
  • 7.Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever werkzaamheden in een hoger ingeschaalde functie dient te verrichten, wordt hem het uurloon behorend bij die functie uitbetaald.
  • 8.Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever werkzaamheden in een lager ingeschaalde functie dient te verrichten, zonder dat de kwaliteit van zijn werk of zijn gedrag daartoe aanleiding heeft gegeven, behoudt hij het uurloon bij de functie waarin hij is aangesteld.
  • 9.De administratie van de werkgever dient zodanig te zijn ingericht, dat steeds op eenvoudige wijze is na te gaan welke berekening aan de uitbetaalde lonen ten grondslag ligt. Bij elke loonbetaling verstrekt de werkgever aan de werknemer een specificatie.