Artikel 40

Algemene en slotbepalingen

  • 1.Aanvullende overeenkomsten per onderneming
    Per onderneming kunnen cao-partijen aanvullende overeenkomsten afsluiten met betrekking tot bemanningssterkte op pompboten, arbeidstijden, continutoeslag, nadere omschrijving van de werkingssfeer, functies en bedrijfseigen zaken.
  • 2.Ouderschapsverlof en calamiteiten/zorgverlof
    De mogelijkheden voor het invoeren van een ouderschapsverlof en een calamiteiten/zorgverlof worden nader besproken. Hierbij wordt betrokken het project cao-op-maat, alsmede het toekennen van eventuele additionele rechten door de werkgever.
  • 3.Algemeen verbindend verklaring
    Partijen bij deze overeenkomst zetten zich maximaal in voor het verkrijgen van een algemeen verbindend verklaring van deze overeenkomst en voor het naleven respectievelijk bevorderen van de naleving van deze overeenkomst door niet-leden van SITO.
  •  4.Naleving van deze overeenkomst
    • 1.Deze bepaling heeft tot doel de naleving van deze overeenkomst te bevorderen. Er wordt vanuit gegaan dat alvorens een beroep op dit artikel wordt gedaan, voor zover van toepassing, het betreffende geschil tussen betrokken werknemer(s) en werkgever binnen de gebruikelijke omgang aan de orde is gesteld.
    • 2.De werkgever is gehouden binnen vier weken na het schriftelijk verzoek van belanghebbende, daaronder mede begrepen de werknemersorganisaties die partij zijn bij deze overeenkomst, aan te tonen dat deze overeenkomst op de in geding zijnde punten correct is nageleefd.
    • 3.Indien uit ad-hocmatig dan wel periodiek onderzoek is komen vast te staan, dat de werkgever deze overeenkomst niet of niet juist naleeft, kunnen de volgende sancties al dan niet in combinatie worden getroffen:
      • a)Waarschuwing met gunning van een termijn voor herstel, welke waarschuwing niet openbaar wordt gemaakt;
      • b)Waarschuwing met gunning van een termijn van herstel, welke waarschuwing openbaar wordt gemaakt;
      • c)Het instellen van een schadevergoedingsactie als bedoeld in artikel 15 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en artikel 3 lid 4 Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomst. De schadevergoedingsactie kan slechts worden ingesteld nadat een waarschuwing als bedoeld onder a. of b. is gegeven en in geen effect heeft geresulteerd in de periode die daarbij is aangegeven;
      • d)Het vaststellen van een boete welke bij een eerste overtreding 10% van het in het geding zijnde bedrag bedraagt, bij een tweede overtreding 25% en bij een derde overtreding 100%.
    • 4.Buiten het in de voorgaande leden bepaalde hebben de werknemersorganisaties die partij zijn bij deze overeenkomst, zelfstandig de bevoegdheid naleving van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen te vorderen.
    • 5.Partijen starten een project om op sectoraal niveau vorm en inhoud te geven aan duurzame inzetbaarheid. Het ontwerpen van een plan van aanpak wordt voor 2015 afgerond.
  • 5.Pensioenen en duurzame inzetbaarheid
    • a.Sociale partners zien het belang in van een goed ingericht duurzame inzetbaarheid. Dit beleid dient gericht te zijn op werknemers die in de sector werkzaam zijn om op een goede, gezonde en met hun levensfase in overeenstemming zijnde wijze hun werk te laten verrichten. Bijzondere aandacht dient daarbij gericht te worden op de oudere werknemers.
    • b.Sociale partners zullen daarom de wijziging van de functie-inhoud, de functie-uitoefening en de arbeidsorganisatie van het bedrijf beschouwen om een leeftijdsbewust personeelsbeleid mogelijk te maken.
    • c.duurzame inzetbaarheid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
      • 1.duurzame inzetbaarheid dient in samenhang te zijn met de effecten van het (landelijk) verzuim-/WAO-/ en arbeidsplaatsenbeleid.
      • 2.duurzame inzetbaarheid dient in samenhang te zijn met de effecten van het pensioneringsbeleid.
      • 3.duurzame inzetbaarheid dient in de beleidsdoelstellingen van het arboconvenant te worden opgenomen / verwerkt.
      • 4.duurzame inzetbaarheid dient in samenhang te zijn met de systeemwijzigingen in verzuim en WAO en met de regelgeving rond kosten-/risico-effecten van werkgevers.
      • 5.duurzame inzetbaarheid dient een geïndividualiseerd karakter (werknemersniveau) te hebben binnen organisatorisch acceptabele grenzen.
      • 6.De individuele dossiervorming omtrent duurzame inzetbaarheid geschiedt alleen in dit kader. Het dossier kan nimmer worden aangewend in een procedure of als onderbouwing van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
      • 7.De invulling van duurzame inzetbaarheid is de gedeelde verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers.
    • d.Partijen betrokken bij deze overeenkomst zullen zich inspannen om de employability in de sector vorm te geven. Hierbij valt te denken aan een actief programma op sectoraal niveau waarmee bijvoorbeeld invulling wordt gegeven aan een door- en uitstroombeleid alsmede een sectorale arbeidspool.
    • e.Bij de invulling van duurzame inzetbaarheid worden ook betrokken de voorstellen die de vakbonden hebben ingediend tijdens de onderhandelingen voor de cao 2008: de arbeidstijd van werknemers van 50 jaar en ouder bedraagt inclusief overwerk maximaal 45 uur en geen verplichting tot consignatie voor deze werknemers; vierdaagse werkweek voor werknemers van 60 jaar en ouder, alsmede het onderwerp seniorendagen. Daarnaast worden bij de invulling betrokken de bij de cao onderhandelingen voor de cao 2014/2015 betrokken: de extra vakantiedagen tot en met leeftijd 67, aanwending van atv dagen en het derde en vierde ziektejaar.
    • f.Het in 2014 vastgestelde 10-puntenplan duurzame inzetbaarheid wordt gedurende de cao periode uitgewerkt. Zolang het 10-puntenplan niet is uitgevoerd worden de seniorendagen voor de leeftijd 60 t/m 64 (6 dagen) verlengd tot de AOW-gerechtigde leeftijd.
  • 6.Maaltijdregeling
    Cao partijen constateren dat er soms onduidelijkheid is over de toepassing van de maaltijdregeling, met name de handelswijze rond de grens van 19.00 uur. Afgesproken wordt dat klachten over de toepassing van de maaltijdregeling bij de Vaste Kommissie worden ingebracht. Op basis hiervan wordt gedurende de looptijd van de cao besproken of de maaltijdregeling aanpassing behoeft.
  • 7.Wachtdagen bij ziekte
    Per 1 januari 2017 wordt het aantal wachtdagen terug gebracht van 2 naar 1. In de loop van 2017 wordt het effect van deze verlaging op het ziekteverzuim gemonitord. Mede op basis van deze ervaringen wordt besproken of eventueel wordt overgegaan tot verdere vermindering van het aantal wachtdagen.
  • 8.Arbeidstijden
    Tijdens de cao onderhandelingen hebben de werkgevers ruimte gevraagd om de arbeidstijdenregeling aan de praktijksituatie aan te passen. Afgesproken is een aanpak op segmentniveau.
    Voor de activiteit scheeps- en containeronderhoud is afgesproken dat indien de door de werkgevers geschetste situatie wordt aangetoond, de arbeidstijdenregeling wordt aangepast en verwerkt in het Arbeidstijdenbesluit. Een besluit hierover wordt uiterlijk 1 juli 2016 genomen.
    Voor de activiteit industriële reiniging wordt, mede gebruik makend van de ervaringen bij de activiteit scheeps- en containeronderhoud en op basis van de door de werkgevers geschetste situatie, onderzoek gedaan naar een aanpassing van de arbeidstijdenregeling. Een besluit hierover wordt uiterlijk 31 december 2016 genomen. De uitwerking hiervan geschiedt in werkgroepverband.
  • 9.Functies
    Gedurende de cao periode wordt onderzocht of de huidige functies dienen te worden aangepast in verband met de vastgestelde beroepscompetentieprofielen (bcp’s).
  • 10.Reparatie WW/WGA
    Cao-partijen hebben de afspraken over de reparatie van de duur en de opbouw van de WW en de WGA vastgelegd in een aparte cao (zie bijlage XII).
  • 11.scholing/studie/werkervaring
  • Gedurende de looptijd van de cao zullen cao partijen zich inspannen om stages en werkervaringsplaatsen aan te bieden. Daarbij wordt tevens een studie verricht naar de mogelijkheden om Wajongeren een studie, stage of een werkplek aan te bieden.
  • 12.Opheffing Stichting Kenniscentrum Cosi
  • De naam van FBA Orsima wordt gewijzigd in O&O-fonds Orsima. De Stichting Kenniscentrum Cosi wordt opgeheven en geïntegreerd in O&O-fonds Orsima. Dit wordt gerealiseerd per 1 januari 2019.

Aldus overeengekomen tussen partijen in oktober 2018

Vereniging van werkgevers in Scheeps-, Industrie-, Milieu- en Technische Onderhoudsaktiviteiten

Naam: J. Barends Naam: D.V. Holtappel
Functie: Voorzitter Functie: Penningmeester
Handtekening: Handtekening:

 

FNV

Naam: M. Steffens
Functie: Bestuurder
Handtekening:

 

CNV Vakmensen.nl

Naam: A. Baselmans
Functie: Bestuurder
Handtekening: