5.13 Schipper

context

De kern van de functie bestaat uit het verzamelen, tijdelijk opslaan en afvoeren naar de haven­ontvangstinstallatie van diverse soorten vloeibaar chemisch afval (vloeistoffen als verontreinigingen, sludges, restanten na inwendige schoonmaak, olieresten e.d.) uit zeeschepen of uit installaties in “waterig gebied”. Hierbij worden lichters (binnenvaartschepen) gebruikt met eigen voortstuwing, pompen en ontvangst/opslagtanks. De schipper is verantwoordelijk voor de ontvangst-, opslag- en loswerkzaamheden en voor de vaart naar en van zeeschip of installatie, en voor het beheer van de lichter zelf en de voorzieningen. De werkzaamheden worden verricht op een zodanige wijze dat wordt voldaan aan de regelgeving ten aanzien van veiligheid en scheepvaart.

organisatie

Ressorteert onder  : hoofd planning/operations.

Geeft leiding aan      : één of enkele algemeen medewerkers(s)/matroos.

resultaatgebieden

Verantwoordelijkheidsgebied Resultaat-indicatoren
A.    Realiseren van projecten.

 

 

 

 

 

 

 

 

B.    Varen van de lichter.

 

 

 

 

 

 

C.    Technische staat van het schip en voorzieningen bewaken.

 

 

 

 

D.   Verantwoord functioneren.

–   mate waarin de planning wordt gerealiseerd;

–   vloeistoffen naar de juiste opslagtank afgepompt;

–   uitvoering van de werkzaamheden conform vastgestelde wet- en regelgeving;

–   registraties tijdig en compleet.

 

–   efficiëntie van het laden en lossen;

–   algemene en specifieke reglementen (ten aanzien van scheepvaart, haven­verordeningen, politiereglementen, ADNR) in acht genomen;

–   wijze van besturing van het schip.

 

–   onderhoud van het schip conform onder­houdsplan;

–   voorraad conform afgesproken   voorraad­hoogte.

 

–   mate waarin procedures, veiligheidseisen en richtlijnen worden nageleefd;

–   mate waarin apparatuur en werkomgeving ordelijk en veilig worden achtergelaten;

–   volledigheid en juistheid van de

rapportages.

 

 

 

 

kerntaken

A.Realiseren van projecten:

–   afstemmen met en aansturen van de werkzaamheden van de bemanning;

–   afleveren van opgehaalde vloeistoffen aan de havenontvangst-installatie, zo nodig schoonmaken/
spoelen van de opslagtanks na bepaalde vloeistoffen als bijvoorbeeld gassende producten;

–   leiding geven aan en mede uitvoeren van de werkzaamheden t.a.v. het ophalen/innemen van aangeboden vloeistoffen (aansluiten, aan- en afkoppelen van slangen, vullen van de juiste opslagtank, etcetera);

–   bewaken van het afpompen naar de opslagtank;

–   uitvoeren van de vereiste registraties na lossing voor overname, respectievelijk afdracht van de vloeistoffen op voorgeschreven documenten;

–   nagaan van aangeboden documenten op voldoen aan wettelijke eisen;

–   opvolgen van vergunningsvoorschriften;

–   verrichten van diverse administratieve werkzaamheden, zoals het vastleggen van vaartijd­gegevens;

–   afstemmen met planning/operations over werk en uitvoering en bij afwijking van de planning.

B. Varen van de lichter:

–   coördineren van het aan- en afmeren: benodigde handelingen met touwen, meertrossen, loopplanken e.d.;

–   zorg dragen voor het varen en navigeren van het schip, zonodig met behulp van radar;

–   eventueel toezicht houden op het besturen van het schip;

–   verzorgen van de (tele)communicatie met de havendienst en controle-instanties.

C. Technische staat van het schip en voorzieningen bewaken:

–   zorg dragen voor de handhaving van de technische staat van het schip en voorzieningen door het controleren van de goede werking van het schip (hoofdmotor, hulpmotoren, systemen voor besturing, voor communicatie, navigatie, en voor laden/lossen):

.   installaties en materieel controleren;

.   bijhouden van de inventaris en zo nodig bij-bestellingen van materiaal/materieel;

.   onderhouds- en herstellingswerken laten uitvoeren;

.   melden van afwijkingen aan planning en operations;

–   toezien op de handhaving van de ordelijke staat van stuurruimte, machinekamers, verblijven, slaapruimten, toilet, en kookgelegenheid;

–   toezien op schoonhouden door de algemeen medewerker/matroos.

D. Verantwoord functioneren:

–   controleren van de eigen persoonlijke beschermingsmiddelen en van de bemanningsleden;

–   opvolgen van de bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften en werkinstructie;

–   bewaken van de naleving van de wetgeving en melden van obstructie aan planning/operations.

werkgerelateerde bezwaren

–   uitoefenen van kracht bij het verplaatsen/aansluiten van slangen e.d.;

–   hinder van weersomstandigheden en temperatuurwisselingen bij laad- en loswerkzaamheden en tijdens de vaart;

–   hinder van trillingen;

–   kans op letsel door stoten, beknelling, door vallen vanaf trappen. 

functioneringsvereisten

–   Heftruckcertificaat.

–   Verplaatsen van lasten.

–   VCA basis.

competenties

Begeleiden:

–   zorgt voor veiligheid-, Arbo- en milieu-instructies en voert het bedrijfsbeleid uit;

–   geeft heldere inhoudelijke instructies/aanwijzingen aan collega’s;

–   verdeelt het werk goed over de mensen.

Samenwerken en overleggen:

–   neemt initiatief om samenwerking met en tussen medewerkers te stimuleren en te optimaliseren;

–   bevordert adequaat overleg en afstemming tussen alle betrokkenen;

–   bewaakt de sfeer.

Ethisch en integer handelen:

–   reageert alert op conflicten ten aanzien van sociale normen en waarden;

–   zorgt dat overtredingen met betrekking tot omgeving en milieu voorkomen worden;

–   spreekt collega’s aan op gedrag en het zich houden aan veiligheidsnormen en -procedures.

Materialen en middelen inzetten:

–   overziet aard en omvang van standaard werk en bepaalt op basis daarvan welke de meest geschikte materialen en middelen daarvoor zijn;

–   geeft juiste instructies, draagt zorg voor juist gebruik, onderhoud en opslag van materialen en middelen.

Kwaliteit leveren:

–   werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

–   controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.

Met druk en tegenslag omgaan:

–   vangt extra werkdruk of een tegenslag effectief op;

–   gebruikt stevige kritiek om zijn werk te verbeteren.

Instructies en procedures opvolgen:

–   neemt maatregelen om te zorgen dat de medewerkers volgens geldende instructies en procedures werken, waarbij gelet wordt op naleving van veiligheidsvoorschriften en andere regels.