2.11 Hulpmachinist

context

De hulpmachinist voert diverse soorten industriële reinigingswerkzaamheden, op locatie bij de opdrachtgever, uit waarbij machines worden toegepast zoals hogedrukwagens, drukvacuümwagens, droge stof-wagens, vacupress-wagens en multi-liftwagens. De werkzaamheden worden onder leiding en verantwoordelijkheid van de machinist verricht. De hulpmachinist is aan de operator/machinist toegevoegd en krijgt van hem aanwijzingen en instructies. De hulpmachinist doet voorstellen voor de wijze van uitvoering en in te zetten middelen en lost praktische problemen van beperkte omvang op.

organisatie

Ressorteert onder  :   –      projectleider/uitvoerder (hiërarchisch);

–      meewerkend voorman;

–      operator/machinist waaraan toegevoegd (functioneel).

Geeft leiding aan    :           niet van toepassing.

resultaatgebieden

Verantwoordelijkheidsgebied Resultaat-indicatoren
A.    Voorbereiden van (het veilig uitvoeren van) reinigingswerkzaamheden.

 

 

B.    Uitvoeren van reinigingswerkzaamheden.

 

 

 

 

 

 

C.    Afronden van werkzaamheden.

 

 

 

 

 

 

 

 

D.    Verantwoord functioneren.

–   mate waarin procedures en richtlijnen worden nageleefd;

–   juiste naleving veiligheidsrichtlijnen;

–   volledigheid controles.

 

–   mate waarin procedures, veiligheidseisen en richtlijnen worden nageleefd;

–   wijze van uitvoering (volgens opdracht van leidinggevende);

–   zorgvuldigheid van handelen.

 

–   volgens procedures, veiligheidseisen en richtlijnen;

–   wijze waarop de werkplek wordt achter­gelaten;

–   zorgvuldig gebruik van hulpmiddelen;

–   mate waarin apparatuur en werkomgeving ordelijk en veilig worden achtergelaten.

 

–   mate waarin procedures, veiligheidseisen en richtlijnen worden nageleefd.

 

 

kerntaken

A. Voorbereiden van (het veilig uitvoeren van) reinigingswerkzaamheden:

–   gereed maken van de installatie ter plaatse op aanwijzingen van de machinist, aansluiten en aankoppelen van de hulpmiddelen;

–   instellen/inregelen van de installatie op aanwijzingen van de machinist.

B. Uitvoeren van reinigingswerkzaamheden:

–   opvolgen van de bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften en werkinstructie;

–   uitvoeren van de industriële reinigingswerkzaamheden met de benodigde installatie en toebehoren, bijregelen van installatie op aanwijzingen van de machinist;

–   verrichten van voorkomende werkzaamheden w.o. bedienen/hanteren van slangen (hogedruk of vacuüm) zodanig dat de gevraagde kwaliteit wordt bereikt;

–   lossen van eventuele opgeslagen vloeistoffen op de toegewezen losplaats op locatie of extern(e) afvalverwerkingsbedrijf/opslagplaats op aanwijzingen van de machinist.

C. Afronden van werkzaamheden:

–   uitvoeren van het dagelijkse onderhoud aan de wagen en installatie, verhelpen van kleine mankementen op aanwijzingen van de machinist;

–   opruimen van de werkplek.

D. Verantwoord functioneren:

–   controleren van de eigen persoonlijke beschermingsmiddelen;

–   opvolgen van de bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften en werkinstructie.

werkgerelateerde bezwaren

–   uitoefenen van kracht bij het bedrijfsgereed maken van de installatie;

–   staand werken;

–   hinder van vuil bij reinigingswerkzaamheden, onderhoud en schoonmaken van installaties;

–   hinder van lawaai van werkende installatie en van werken in open lucht onder alle weers­omstandigheden (voor zover niet door persoonlijke beschermingsmiddelen afgeschermd);

–   kans op letsel door stoten, uitglijden e.d. op werkplekken en door verkeersongevallen.

functioneringsvereisten

–        VCA basis

–        Kennis van materialen

–        Certificaat adembescherming B

–        Hogedruk-certificaat (HDS)

–        Certificaat veilig verplaatsen van lasten

competenties

Samenwerken en overleggen:

–        gaat op de juiste wijze om met de mensen;

–        levert een bijdrage aan het werkoverleg;

–        geeft aan waar samenwerking nodig is.

Ethisch en integer handelen:

–        houdt zich aan de omgangsvormen en regels m.b.t. de mensen, de omgeving

en het milieu die in het werk absoluut nooit mogen worden overtreden;

–        houdt rekening met sociale gevoeligheden;

–        vermijdt kwetsend woordgebruik of kwetsende handelingen;

–        vermijdt handelingen die voorspelbaar milieu-/omgevingsschade veroorzaken;

–        spreekt collega’s aan op gedrag en het zich houden aan veiligheidsnormen en -procedures.

Vakdeskundigheid toepassen:

–        werkt snel en reageert snel op wijzigingen in werkzaamheden;

–        werkt precies en gebruikt eerdere ervaringen;

–        benoemt snel wat de standaard werkzaamheden inhouden en draagt dit gemakkelijk over aan anderen. 

Instructies en procedures opvolgen:

–        volgt de voorgeschreven procedures op;

–        is alert op veiligheidsrisico’s.

Kwaliteit leveren:

–        werkt binnen de tijdsplanning volgens de afgesproken normen;

–        controleert tussentijds op kritische punten om de kwaliteit te waarborgen.