3.12 Allround monteur

context

De kern van de functie bestaat uit het werken aan alle binnen het bedrijf voorkomende voertuigen en bijbehorend materieel, zoals vast-opgestelde straalketels, mobiele straalketels, verfpompen (alles met toebehoren), compressoren, rollend materieel (diesel-heftrucks, tractors, bobcats, hoogwerker), bedrijfsinstallaties (afzuigingen, pompen, straalinstallaties, kranen), auto’s, bestelwagens en vracht­wagens. De bijdrage bestaat uit het uitvoeren van preventief onderhoud en het oplossen van minder vaak voorkomende storingen. Omvangrijke reparaties, revisies, etcetera en gespecialiseerd onder­houd worden uitbesteed aan leveranciers c.q. dealers. 

organisatie

Ressorteert onder  : chef werkplaats/bedrijfsleider.

Geeft leiding aan    : niet van toepassing.

resultaatgebieden

Verantwoordelijkheidsgebied Resultaat-indicatoren
A.    Bedrijfsgereed houden van productiemiddelen.

 

 

 

 

 

B.    Uitvoeren van inspecties en preventief onderhoud.

 

 

 

 

 

 

 

C.    Verrichten van demontage-, afstel-, en montagehandelingen..

 

 

D.    Rapporteren en verantwoorden.

–   snelheid van oplossing;

–   kwaliteit (bestendigheid) van de reparatie;

–   veilige werkomgeving;

–   kwaliteit inschatting mogelijkheid en noodzaak van directe reparatie.

 

–   opvolging van procedures;

–   tijdige signalering van technische gebreken;

–   storingsfrequentie / technische betrouwbaarheid van materieel;

–   duidelijkheid aanwijzingen aan junior monteur;

–   veilige werkomgeving.

 

–   correcte afstelling van systemen;

–   juist gebruik van hulpmiddelen.

 

–   volledigheid van de administratie;

–   beschikbaarheid van onderdelen;

–   tijdig bespreken van bijzonderheden.

 

 

 

 

 

kerntaken

A. Bedrijfsgereed houden van productiemiddelen:

–   onderzoeken van de oorzaak van de storing en bepalen van mogelijkheden voor reparatie;

–   opheffen van minder vaak voorkomende storingen en uitvoeren van reparaties;

–   bepalen of directe reparatie noodzakelijk/mogelijk is;

–   opheffen van (minder vaak voorkomende) storingen, hierbij eventueel buiten de gebruikelijke kaders bedenken van (tijdelijke) oplossingen, eventueel uitvoeren van (“nood”)reparaties.

B. Uitvoeren van inspecties en preventief onderhoud:

–   uitvoeren van preventief onderhoud aan (rollend) materieel;

–   beoordelen van de staat van slijtage/vervangingsnoodzaak, aan de hand van machinelijsten, hand­boeken e.d., zo nodig in overleg met de leidinggevende preventief vervangen van onderdelen.

C. Verrichten van demontage-, afstel-, en montagehandelingen:

–   verrichten van demontage-, afstel-, en montagehandelingen aan alle voorkomende delen van bijvoorbeeld chassis, motor, wielen, vering, stuurinrichting, systemen, met gebruikmaking van hulpmiddelen, takels, speciaal gereedschap.

D. Rapporteren en verantwoorden:

–   verantwoorden, registreren van bestede tijd en materialenverbruik;

–   beheren van de werkvoorraad onderdelen (registreren van gebruik, bijbestellen bij de leverancier, ordelijk houden van de voorraad);

–   opvolgen van de voorschriften voor wat betreft de veiligheid op de werkplek en voor wat betreft de veiligheid van werken;

–   rapporteren/bespreken van bijzonderheden met de chef werkplaats/bedrijfsleider en eventueel met de klant.

werkgerelateerde bezwaren

–   krachtsuitoefening bij verplaatsen van materialen, bij (de)montagewerkzaamheden;

–   inspannende houding bij het werken op moeilijk toegankelijke plaatsen;

–   hinder van temperatuurwisselingen bij buitenwerkzaamheden; hinder van vuil en vet; dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen;

–   kans op letsel door uitschietend gereedschap of door bekneld raken.

functioneringsvereisten

–   MBO techniek niveau 3.

–   Benodigde rijbewijzen.

–   VCA basis (indien van toepassing)

–   Verplaatsen van lasten

competenties

Samenwerken en overleggen:

–   neemt het initiatief tot voldoende overleg met collega’s, opdrachtgevers en klanten en zorgt dat zij daarbij voldoende betrokken zijn/inbreng hebben;

–   actief informatie delen;

–   openstaan voor meningen van anderen;

–   bewaakt goede werkrelatie met collega’s, opdrachtgevers en klanten.

Ethisch en integer handelen:

–   reageert alert op conflicten ten aanzien van sociale normen en waarden;

–   zorgt dat overtredingen met betrekking tot omgeving en milieu voorkomen worden.

–   spreekt collega’s aan op gedrag en het zich houden aan veiligheidsnormen en -procedures. 

Materialen en middelen inzetten:

–   overziet aard en omvang van standaard werk en bepaalt op basis daarvan welke de meest geschikte materialen en middelen daarvoor zijn;

–   draagt zorg voor goede instructie, juist gebruik, onderhoud en opslag van materialen en middelen.

Analyseren:

–   checkt gegevens en doet op basis daarvan verbetervoorstellen.

Met druk en tegenslag omgaan:

–   is in staat om onder druk en bij tegenslag te blijven presteren;

–   vangt extra werkdruk of een tegenslag effectief op;

–   gebruikt stevige kritiek om zijn werk te verbeteren.