5.14 Algemeen medewerker matroos

context

De kern van de werkzaamheden bestaat uit het verzamelen, tijdelijk opslaan en afvoeren naar de havenontvangst-installatie van diverse soorten vloeibaar chemisch afval (vloeistoffen als veront­reinigingen, sludges, restanten na inwendige schoonmaak, olieresten e.d.) uit zeeschepen of uit installaties in “waterig gebied”. Hierbij worden lichters (binnenvaartschepen) gebruikt met eigen voortstuwing, pompen en ontvangst/opslagtanks. De algemeen medewerker/matroos verricht de voorkomende werkzaamheden bij ontvangst en lossen, en tijdens de vaart.

De functionaris verricht de voorkomende werkzaamheden op schepen conform werkinstructies en regelgeving, zodanig dat aan de veiligheidseisen wordt voldaan.

 organisatie

Ressorteert onder    : Schipper.

Geeft leiding aan      : niet van toepassing.

resultaatgebieden

Verantwoordelijkheidsgebied Resultaat-indicatoren
A.    Uitvoeren van projecten.

 

 

 

 

 

B.    Onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.

 

 

 

 

 

 

 

C.    Verantwoord functioneren.

–   tijdige signalering afwijkingen en obstructie wetgeving;

–   klanttevredenheid;

–   kwaliteit en snelheid van uitvoering;

–   zorgvuldigheid van handelen.

 

–   kwaliteit en snelheid van uitvoering;

–   wijze van uitvoering (volgens opdracht van leidinggevende).

–   onderhoud van het schip conform onder­houdsplan;

–   voorraad conform afgesproken   voorraad­hoogte.

 

–   mate waarin procedures, veiligheidseisen en richtlijnen worden nageleefd;

–  mate waarin apparatuur en

werkomgeving ordelijk en veilig worden

achtergelaten.

 

 

 

 

kerntaken

A.Uitvoeren van projecten:

–   ondersteunen bij het aan- en afmeren; verrichten van benodigde handelingen met touwen, meertrossen, loopplanken e.d.;

–   ondersteuning bieden bij het navigeren: signaleren van obstakels en boeien;

–   gereed maken van de installatie ter plaatse (op aanwijzingen van de schipper), aansluiten, aan- en afkoppelen van de slangen, etcetera;

–   ondersteuning bieden bij het ontvangen en lossen van chemisch afval;

–   instellen/inregelen van de installatie op aanwijzingen van de schipper.

B. Onderhoudswerkzaamheden uitvoeren:

–   uitvoeren van het dagelijkse onderhoud aan boord;

–   uitvoeren van (preventief) onderhoud (smeren aan motoren, systemen e.d. verwijderen van roest, behandelen en schilderen van het schip, assisteren bij het onderhouden en repareren van de scheepsmotoren en mechanische apparatuur, op aanwijzingen van de schipper;

–   verrichten van schoonmaakwerkzaamheden (verblijven, kookgelegenheid, toilet etcetera).

C. Verantwoord functioneren:

–   controleren van de eigen persoonlijke beschermingsmiddelen;

–   opvolgen van de bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften en werkinstructie;

–   melden van obstructie van de wetgeving aan de schipper;

–   opruimen van de werkplek.

werkgerelateerde bezwaren

–   uitoefenen van kracht bij de voorbereidings- en afloopwerkzaamheden, bij het tillen/hanteren van trossen, bij schoonmaakwerkzaamheden;

–   staand werken, soms gebukt/gebogen, op steigers;

–   hinder van vuil bij reinigingswerkzaamheden, onderhoud en schoonmaken van installaties;

–   hinder van lawaai van werkende installatie en van werken in open lucht onder alle weers­omstandigheden (voor zover niet door persoonlijke beschermingsmiddelen afgeschermd);

–   kans op letsel door stoten, uitglijden, beknelling, stoten.

functioneringsvereisten

–   VCA basis.

 competenties

Samenwerken en overleggen:

–   gaat op de juiste wijze om met de mensen;

–   levert een bijdrage aan het werkoverleg;

–   geeft aan waar samenwerking nodig is.

Ethisch en integer handelen:

–   houdt zich aan de omgangsvormen en regels met betrekking tot de mensen, de omgeving en het milieu die in het werk absoluut nooit mogen worden overtreden;

–   houdt rekening met sociale gevoeligheden;

–   vermijdt kwetsend woordgebruik of kwetsende handelingen;

–   vermijdt handelingen die voorspelbaar milieu-/omgevingsschade veroorzaken;

–   spreekt collega’s aan op gedrag en het zich houden aan veiligheidsnormen en -procedures.

Vakdeskundigheid toepassen:

–   werkt in een vlot tempo en kan met kleine wijzigingen omgaan;

–   voert eenvoudige taken goed en accuraat uit en maakt daarbij gebruik van eerdere ervaringen.

Instructies en procedures opvolgen:

–   volgt de voorgeschreven procedures op;

–   is alert op veiligheidsrisico’s.